Pausanias Project


   Thebe - mythologie

De dood van Dirce


farnese bull.jpgDirce was de vrouw van koning Lycus van Thebe, en de tante van Antiope. Toen Zeus (vermomd als satyr) Antiope bezwangerde, vluchtte Antiope beschaamd weg naar het hof van Epopeus in Sikyon. Lycus verzamelde zijn leger en trok op naar Sikyon om haar terug te krijgen, en bracht haar tegen haar zin terug naar de stad. Onderweg baarde zij echter de tweeling Amphion en Zethos, die ze achterliet in een grot bij een herder. Dirce haatte Antiope, en mishandelde haar voortdurend vanaf het moment dat de koning haar aan haar schonk. Uiteindelijk ontsnapte Antiope aan haar plaaggeest en vluchtte naar de grot van haar beide zoons, die inmiddels tot krachtige jongemannen waren uitgegroeid. Dezen weigerden haar te geloven en als moeder te erkennen, totdat Dirce ook bij de grot aankwam en de vrouw opeiste om haar wreed te doden. De net teruggekeerde herder overtuigde de jongens ervan dat Antiope de waarheid sprak, waarna zij de wrede Dirce vastgrepen en aan de horens van een woeste stier vastmaakten. Dit dier sleepte de ongelukkige Dirce mee en vertrapte haar totaal. De god Dionysos, die door Dirce aanbeden werd, liet een bron ontstaan op de plek waar Dirce stierf, terwijl de hoogste magistraat van Thebe (de hipparch) zijn opvolger bij haar graf de eed afnam. De belangrijkste afbeeldingen van deze mythe bevinden zich momenteel in Napels, waar in het plaatselijk museum zowel een schitterend fresco uit Pompei wordt bewaard, als een enorme beeldengroep gemaakt voor het badhuis van Caracalla in Rome naar een Grieks Hellenistisch origineel uit de tweede eeuw voor Chr.  



Amphion en Zethos regeerden volgens Pausanias nog enige tijd over Thebe, terwijl Amphion de benedenstad van Thebe bevestigde door op zijn lier te spelen. Dit deed hij zó goed dat rotsblokken in de buurt erdoor werden aangelokt, en zich vanzelf tot een muur opstapelden. Amphion gold daarnaast als echtgenoot van de ongelukkige Niobe, die de woede van Apollo en Artemis over zich afriep door op te scheppen over háár veertien kinderen, tegenover Leto’s tweeling. Ervan overtuigd dat ze daarmee meer verering verdiende dan Leto, maakte ze zich schuldig aan hybris (hoogmoed), waarna Apollo en Artemis, de tweeling van Leto, al haar kinderen neerschoten (= aan de pest lieten overlijden).


Nakomelingen van Kadmos tot aan Oedipous

Na de stichting van Thebe door Kadmos, werd de stad korte tijd geregeerd door zijn zoon Polydoros. Diens zoon Labdakos werd al als kind tot koning uitgeroepen; als regent voor Labdakos trad diens oom Nykteus op, die erachter kwam dat zijn dochter, Antiope zwanger was geraakt door Zeus. Antiope vluchtte beschaamd naar het hof van koning Epopeus van Sikyon en Nykteus trok erachter aan met zijn leger om haar terug te halen. Nykteus sneuvelde, waarna zijn broer Lycus de taak aanging om Antiope terug te halen. Lycus doodde Epopeus en nam Antiope terug naar Thebe, alhoewel ze onderweg een tweeling baarde (Amphion en Zethos). Daar sneuvelde Labdakos al snel in een veldslag tegen de Atheners, waarna Lycus opnieuw regent werd, ditmaal voor Labdakos' zoon Laios.

Het tweetal Amphion en Zethos, dat Lycus verjoeg en de benedenstad van Thebe stichtte speelde slechts tijdelijk een rol in de mythologie. Als klein kind was Laios het paleis uitgesmokkeld toen Amphion en Zethos de macht over namen. Na de jammerlijke dood van de kinderen van Amphion en Niobe keerde Laios terug naar Thebe en nam de macht weer over. Helaas was het lot ook Laios niet gunstig gezind: toen hij een zoon had verwekt bij zijn vrouw Iokaste, vertelde het orakel hem dat deze jongen hem uiteindelijk zou vermoorden en met zijn eigen moeder zou trouwen. De tragische lotgevallen van Oedipous en zijn familie waren het gevolg.

Kadmos en de stichting van Thebe

Kadmos was de zoon van een koning van Phoenicië, die in opdracht van zijn vader met een grote groep volgelingen richting Griekenland was getrokken op zoek naar zijn ontvoerde zus Europa. Na een langdurige - maar vergeefse - speurtocht, raadpleegde hij het orakel in Delphi, dat hem aanraadde om de zoektocht op te geven en een stad te stichten. De plek waar hij die stad moest stichten, zou hem getoond worden door een rondzwervende koe. Daar waar dit beest ging liggen, moest hij zijn stad stichten. Helaas voor Kadmos, bleef zijn nieuw gestichtte stad, Kadmeia, onbewoond. Daarom doodde Kadmos de slang/draak die de belangrijkste bron bewaakte, en zaaide zijn tanden in de grond. Hieruit groeiden de zwaar bewapende Spartoi ("de Gezaaiden"), de oudste bewoners van Thebe en de voorvaderen van de latere adellijke geslachten van Thebe.









De stad werd afgemaakt door de Spartoi tweeling Amphion en Zethos, die de muren van de Kadmeia bouwden en de stad vergrootten door ook het gebied aan de voet van de acropolis te gebruiken. Deze vergrootte nederzetting kreeg de naam Thebe, naar de vrouw van Zethos.